Iemand die de rol van guru aanvaardt dient een echte guru te zijn, niet een schijnheilige of een bedrieger. Hij dient een echte leraar te zijn. Hij dient zich bewust te zijn van zijn capaciteiten. Als ik maar een ton kan dragen, waarom zou ik een lading van twee ton aannemen? Als je meer neemt dan je aankunt, zal je worden verpletterd, terugvallen. Dit is het resultaat van hebzucht. Waarom zo’n hebzucht ontwikkelen? Men dient zich bewust te zijn van zijn beperkingen. “Ik heb de vereiste eigenschappen niet, ik kan een ziel niet bevrijden, ik ben zelf niet bevrijd, hoe kan ik dan leerlingen aanvaarden?” Het aanvaarden van leerlingen terwijl men niet over de vereiste eigenschappen beschikt is slechts bedrog en schijnheiligheid, niets anders. “Ik ben zelf helemaal niet vrij van anarthas (ongewenste zaken), dus hoe kan ik een ander hiervan bevrijden?” Guru betekent zwaar. Het betekent ook zware verantwoordelijkheid. Het is geen gemakkelijke zaak om ook maar één ziel te bevrijden uit de greep van māyā, het fort van Durgā-devī. Bloed, zweet en tranen van de guru zijn nodig om iemand te verlossen. Dit is geen kinderspel. Ook dient de leerling serieus te zijn.

Vertaling: Dāmodara dāsa
Bron: Śrīla Gour Govinda Svāmī Mahārāja
Image/Art made possible by Pixabay.com

error: Content is protected !!